Door: Karen van Marrewijk, Adviseur bij Doxis

 

“De registratie van gegevens brengt altijd risico’s met zich mee. Je weet maar nooit wat er met de geregistreerde gegevens gebeurt.” Dit is letterlijk één van de vragen uit de ANWB-ledenpeiling over de kilometerprijs. Heeft u meegedaan aan deze peiling over het rekeningrijden? En zo ja, wat vindt u van deze stelling?

Deze stelling kenmerkt één van de belangrijkste spanningsvelden van informatiehuishouding van de overheid: kwaliteit van dienstverlening versus privacy van gegevens. Zoals staat beschreven in de beleidsnotitie ‘Visie betere dienstverlening overheid’ verwachten mensen kwaliteit van de overheid.

Stel je voor dat je een instantie voor de derde keer moet opbellen, omdat er toch weer een brief op je oude adres is beland. Dat is iets wat niet meer van deze tijd is. De burger verwacht dat de overheid haar diensten in samenhang aan de burger aanbiedt. Een samenhangend aanbod van diensten vergt echter samenwerking en informatie-uitwisseling tussen verschillende overheidsorganisaties. En dat is precies waar de burger huiverig voor kan zijn: het bewaren van zijn gegevens in centrale databases. Een recent voorbeeld is het onderzoeksrapport dat het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) eind januari 2010 presenteerde. Hieruit bleek dat de politiekorpsen Rotterdam-Rijnmond en IJsselland in strijd met de wet handelen door kentekens te bewaren. Sinds twee jaar maken deze korpsen gebruik van automatische kentekenherkenning. Hiermee scannen zij alle kentekens om te controleren of die in haar bestanden voorkomen. Zo ja, dan mag de politie in actie komen en de gegevens gebruiken. Zo nee, dan moet het kenteken worden vernietigd. De beide politiekorpsen vernietigen de gescande gegevens echter niet direct na de controle, maar pas na 10 respectievelijk 120 dagen.

Het kabinet vindt dat de korpsen ook kentekendata mogen bewaren van niet-verdachten. Volgens de korpsen zijn hiermee strafbare feiten op te sporen die pas later bekend worden. Het CBP is echter van mening dat deze praktijk “een grote inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is” en dat zo een “nationaal volgsysteem” dreigt te ontstaan.

Maar is deze mening van het CBP eigenlijk nog wel van deze tijd? Want dezelfde huiverige burgers - en in dit geval automobilisten - plaatsen hun vakantiefoto’s op hun Flickr-pagina, hun carrièreverloop op LindedIn, doen boodschappen met hun AH-bonuskaart en beschrijven dagelijks wat ze aan het doen zijn via Twitter. Waar ligt het verschil tussen het publiceren van je eigen persoonlijke levenssfeer via internet en het bewaren van jouw geregistreerde gegevens bij de overheid? Het verschil is het verlies van de controle op jouw gegevens, de onbekendheid wat er met jouw gegevens gebeurt.

Er ligt een belangrijke taak bij de overheid om volledig inzicht te geven in welke gegevens bewaard worden van een burger en met welke instelling deze gegevens worden uitgewisseld. Bovendien zal de overheid meer gebruik moeten gaan maken van de opgeslagen gegevens. Alleen dan merkt de burger werkelijk het voordeel van deze registratie. Het zou toch mooi zijn als met behulp van de bewaarde kentekendata een tijdige sms, met een melding van file of afsluiting, kan worden verstuurd naar de automobilist die dagelijks over de A13 rijdt. Dat is pas kwaliteit van de overheid.