Door: Tessie Schepman, informatiespecialist bij Doxis

 

Wat dacht u van een training over het gebruik van social media waarin uw collega’s of misschien wel uzelf onverwachts worden geconfronteerd met foto’s die u ooit eens op een sociale netwerksite heeft geplaatst? Foto’s die nooit bedoeld waren om met collega’s te delen. Zit u dan nog rustig op uw stoel? U dacht ontspannen naar een training te gaan en krijgt een ‘uitspatting’ uit het verleden te zien. Dit voorbeeld heeft daadwerkelijk plaatsgevonden. Wat is er fout gegaan? Heeft het gelegen aan de instellingen? Kent u alle mogelijkheden van uw sociale netwerksites eigenlijk wel?

Zelf ben ik geen actief gebruiker van sociale netwerksites. Met mijn LinkedIn-account ben ik sinds kort gestart. Voordat ik mijn (publieke) profiel op LinkedIn zichtbaar maakte, heb ik nauwgezet alle instellingen doorgenomen. De netwerkdienst biedt keuze uit talloze instellingen: Wat laat ik anderen zien nadat ik hun LinkedInprofiel heb bekeken? Welke gegevens zet ik wel of niet op mijn publieke profiel? En wie mag mijn connecties zien?

Niet veel later verscheen het bericht dat LinkedIn stilzwijgend de privacy-voorwaarden had aangepast. Van wie niets aan de instellingen zou veranderen, zou LinkedIn naam en foto’s mogen gebruiken in wervingscampagnes. Deze optie heb ik direct uitgeschakeld. Ik vind het vreemd dat ze dit standaard kunnen inschakelen zonder hiervoor expliciete toestemming te vragen.

Zowel LinkedIn als Facebook geven hun (respectievelijk meer dan 120 en 800 miljoen) gebruikers de keuze uit talloze instellingen. Desondanks ontstaat er regelmatig ophef over het privacy-beleid. Zo berichtte de NOS onlangs dat door het gebruik van de Facebook-app op de mobiele telefoon, alle telefoonnummers van een gebruiker werden gekopieerd naar Facebook. Gelukkig zijn de telefoonnummers vervolgens niet voor iedereen zichtbaar. Net als bij de bovenstaande automatische inschakeling van LinkedIn, is voor deze actie nooit expliciete toestemming gevraagd. En gebruikers moeten zelf actie ondernemen om deze ‘service’ uit te schakelen.

De afgelopen maanden was Facebook in opspraak. Ditmaal ging het niet om een automatische inschakeling van een nieuwe service. Het is bekend dat Facebook ingelogde gebruikers volgt op internet. Een Australische blogger ontdekte dat gebruikers nog steeds konden worden gevolgd – zelfs als ze zijn uitgelogd – door gegevens uit cookies. Dit gebeurde als zij een website hadden bezocht met een like- of share-button. De gebruikers hadden zelf niets in de gaten. Na alle commotie heeft Facebook laten weten dat deze fout inmiddels is opgelost. Maar uit een analyse van een hacker blijkt dat er nog altijd één cookie actief is waarmee surfgedrag kan worden getraceerd.

Dat het mogelijk is dat een bedrijf mijn surfgedrag kan volgen zonder dat ik dat in de gaten heb, stelt mij absoluut niet gerust. Misschien kan de cookiewetgeving hierin verandering brengen die momenteel bij de Eerste Kamer in behandeling is. Het laatste woord zal hier nog niet over zijn gezegd.