Door: Ton de Looijer, archiefinspecteur en relatiebeheerder bij het Brabants Historisch Informatie Centrum, bestuurslid Regio Zuid van de Vereniging SOD en redacteur van de Internet community BREED.

 

De Raad voor Cultuur bracht in april 2010 het ‘Besteladvies Archieven’ uit aan de Staatssecretaris van OCW (zie www.cultuur.nl). In het advies staat de Raad onder meer stil bij samenwerking en kennisopbouw binnen de archiefsector. Ook pleit men voor meer aandacht voor particuliere archieven en bespiegelt de Raad de complexiteit van de informatiemaatschappij. In deze bijdrage voegt een expert ‘uit het veld’ hier zijn persoonlijke visie aan toe. Welke rol speelt de archivaris in het zich snel ontwikkelende archiefdomein?

Het besteladvies bezien vanuit de trein…

Laatst was ik in gesprek met een man die stellig naar voren bracht, dat onze cultuur worstelt met een overdaad aan informatie. De man was duidelijk ‘in the mood’ om zijn gelijk te halen en wees mij op het onuitputtelijke karakter van hetgeen vandaag de dag zoal op het Read-Write Web wordt gepubliceerd. En passant velde hij hiermee een waardeoordeel over de kwaliteit van al die informatie. In zijn woorden was die informatie “niet veel soeps en kwam het bovendien allemaal op hetzelfde neer”.

Informatiecrisis

Ik gaf aan dat het probleem van de informatiecrisis snel tot een goed einde gebracht zou kunnen worden. Enerzijds door de soep links te laten liggen en anderzijds door informatie te ontdubbelen. Op deze wijze zou nog slechts een smal stroompje overblijven, dat hapklaar geconsumeerd en – zo bedacht ik bij mezelf – met enige moeite misschien zelfs bewaard zou kunnen worden. Want wat is er mooier dan een stukje massaal gedeelde informatie, ontdaan van ‘inferieur’ gebabbel en doublures, zo rechtstreeks op te nemen in het alom aanwezige archief? Even later zag ik de man buiten de trein rusteloos turen op het vertrouwde gele bord met aankomst- en vertrektijden. Ik moest toegeven dat hij zijn ‘balancing act’ met succes had volbracht.

Twijfels over teveel aan informatie

Toch heb ik zo mijn twijfels over het bestaan van een teveel aan informatie. Want ongeacht de opvattingen hierover, levert ieder beetje informatie toch weer een stukje zekerheid op. Of toch ten minste het antwoord op een vraag. Dit maakt dat informatie binding heeft met een bepaald doel, een specifieke context. Enkel al om die reden zou er eigenlijk niets vernietigd moeten worden. In de wereld van het World Wide Web wordt dit mooi geïllustreerd. Het is van belang dat hyperlinken zoveel mogelijk intact blijven, en dat niet meer actuele informatie zoveel mogelijk online blijft staan.

 

Aandacht en visie

Toch bracht het gesprek met deze man mij op gedachten over hoe je de hedendaagse toevloed aan informatie vindbaar, beheersbaar en begrijpbaar houdt. Hoe creëer je een destillaat dat recht doet aan het kleinste gegeven, zonder de grote zekerheden uit het oog te verliezen?

Er ligt een zekere parallel met de opdracht waar de informatie- en archiefsector zich voorgesteld ziet in het streven naar een records-, of liever gezegd informatiecontinuüm. Aan de ene kant moet er aandacht zijn voor verbreding van de reikwijdte van de (rijks-) verantwoordelijkheid tot particuliere archieven. En aan de andere kant moet er een visie worden ontwikkeld op het waarderen en documenteren van informatie. In het kort vormt dit de strekking van het ‘Besteladvies Archieven’, zoals dat dit voorjaar is uitgebracht door de Raad voor Cultuur.

Roep om een gids

In het ‘Besteladvies Archieven’ wordt, in relatie tot bovengenoemde aandachtspunten, in enigszins plechtstatige bewoordingen gezocht naar structuur, duiding en vooral naar gidsen. Immers, daar waar sprake is van het verdwijnen van schotjes tussen publiek en privaat, op basis van het gegeven dat de maatschappelijke werkelijkheid steeds minder te vangen is in het geheugen van de overheid, wordt de roep om een gids almaar luider. Een gids die rekening houdt met het gegeven, dat de eerste verantwoordelijkheid voor informatie met een erfgoedkarakter niet bij de overheid kan liggen, maar bij de eigenaren zelf.

De curator als expert

Het brengt mij vrijwel automatisch bij de rol van de curator. Een expert in het informatielandschap, die zich richt op het filteren van de enorme hoeveelheid (online) informatie die op ons afkomt. Een expert ook, die als gids structuur (kleur en thematiek) brengt in het aanbod van informatie op basis van zijn kennis van de collectie Nederland. En op de hoofdlijnen van wat ons als eigenaren van informatie bezighoudt. Op dit snijvlak zal de archivaris van de toekomst zijn reputatie als ‘content-curator’ waar moeten maken.

Ondanks dat de term ‘content-curator’ in rap tempo een plaats verovert in het rijtje ‘buzzwoorden’, verdient het nauwelijks toelichting dat we zo iemand hard nodig hebben.

Wat wordt onze toekomstige rol op het web?

Wellicht dat we onszelf moeten transformeren tot menselijke ‘webcrawlers’. Crawlers die het web afstruinen naar ‘te verduurzamen’ issues. Naar stukjes content die, ontdaan van eindeloze herhalingen in allerlei blogs, recht overeind blijven staan. Het is misschien ook wel efficiënter om gebruik te maken van curatoren, die op de een of andere wijze in dit spel van waarderen en selecteren betrokken zijn via tools als Storify, BagTheWeb of Trailmeme.

Hoe dan ook zullen we op zoek moeten naar manieren om relevante (online) informatie op een zinnige wijze ‘te vertalen’. In dat opzicht lijkt er op het eerste oog niets nieuws onder de zon. Met dit verschil dat deze vertaalslag een andere manier van communiceren vereist. En dat is misschien nog wel de grootste uitdaging die ons te wachten staat.